De Nederlandse regering besloot in 1968 negen vliegtuigen te kopen ter vervanging van het vliegdekschip Karel Doorman. Een optie op zes andere toestellen is nooit gebruikt. Het eerste vliegtuig werd in juni 1969 geleverd. Alle vliegtuigen maakten deel uit van het 321 squadron van de Marine Luchtvaartdienst en waren gestationeerd op de basis Valkenburg. In Nederlandse dienst hadden de vliegtuigen de type-aanduiding SP-13A. Ze kregen registratienummers van 250 t/m 258.
Operationeel voldeden de toestellen, maar de betrouwbaarheid liet ze wel eens in de steek. In de loop der jaren zijn 3 Nederlandse en 6 Duitse toestellen verongelukt. In 1981 kregen de toestellen een tijdelijk vliegverbod.
De defensienota 1974 voorzag in een totaal van 21 maritieme patrouillevliegtuigen. Naast de (toen nog) 8 Atlantics zouden nog 13 nieuwe vliegtuigen worden aangeschaft voor de verouderde Lockheed Neptunes. De verbeterde Atlantic-2 of NG (Nouvelle Generation) is hiervoor een serieuze kandidaat geweest, maar in 1978 besloot men de Lockheed P-3 Orion aan te schaffen.
Uiteindelijk bleek het streven van 21 vliegtuigen financieel niet haalbaar. In 1985 werden de (inmiddels 6) Atlantics uit dienst gesteld en verkocht aan Frankrijk. Nog even is overwogen twee extra Orions aan te schaffen, maar daar is vanaf gezien.
Kleuren: 15 56 76 301 302 314 371 374
Model details
Schaal 1:72
Onderdelen 232
Lengte 442 mm
Vleugel spanbreedte 521 mm
Skill Level 5
Original details
Type description Seepatrouillienflugzeug
Year/Period 1962
Origin F
Motor capaciteit 2 x 4553 kW
Speed 660 km/h